Geobsedeerd door Eten

 

Vanaf het moment dat ik uit de taxi stapte, wist ik dat er iets niet klopte. Dát er iets niet klopte kon eigenlijk ook niet missen, want de parkeerplaats bij de ingang van de haven vol stond met politie en brandweer auto’s, allemaal met zwaaiende blauwe lichten.

Ik had de dag doorgebracht aan wal bij vrienden in Geelong, toen ik aan het eind van de middag terugkwam bij de containerhaven van Melbourne. Bij de ingang van de haven zag ik een groep mensen staan achter de gele plastic linten die door de politie over de weg waren gespannen. De linten waren bedrukt met strenge zwarte blok letters – ‘Politie – Verboden Toegang’. Aan de verboden kant van de linten was niet veel te zien, maar toch stond de groep mensen met reikende halzen te kijken, om uit te vinden wat er aan de hand was.

Niet wetend of ik de haven op zou kunnen of niet, ging op weg naar het poortgebouw om polshoogte te nemen. Mijn maag knorde. Het was hoog tijd voor het avondeten en ik had behoorlijke trek.

Vanuit zijn hokje bij het poortgebouw keek de beveiligingsbeambte met een verveeld gezicht op mij neer. Hij had het raampje opgeschoven, maar veel frisse lucht kwam er blijkbaar niet naar binnen, want zijn bruine haar zat in slierten tegen zijn voorhoofd geplakt. Zweet druppels liepen onder zijn haar vandaan naar beneden.

‘Kan ik je ergens mee helpen?’ vroeg hij verveeld.

‘Ja, ik vroeg me af wat er hier aan de hand is.’

‘Werk je op één van de schepen die hier op dit moment is aangemeerd?’ Hij keek nu niet alleen verveeld, maar ook enigszins geïrriteerd. Waarschijnlijk dacht hij dat ik een ramptoerist was.

‘Ik werk niet op een schip, maar ik ben een passagier op de Galactic Star.’

‘Oh, oké. Dan is het goed. Maar ik mag je alsnog niet binnenlaten.’

‘Wat is er gebeurd?’

De man zuchtte diep. Klaarblijkelijk had hij het verhaal al veel vaker verteld. ‘Er lekt wat spul uit één van de containers die op de kade staat. Aangezien we niet weten of het spul giftig is, heeft de haven autoriteit al het laden en lossen van de schepen stilgelegd en zijn alle medewerkers geëvacueerd. Niemand mag naar binnen.’

‘Maar… het is bijna tijd voor het avondeten en dat wil ik niet missen!’ Mijn maag knorde dat ie het met mij eens was.

‘Het spijt me, maar daar kan ik niks aan doen. Je mag niet naar binnen.’

Teleurgesteld draaide ik me om en liep weg. Ik had me verheugd op het avondeten, want er stond gebakken aardappels met uitjes en groente op het menu, iets waar ik dol op was.

Toen zag ik de eerste stuurman van de Galactic Star uit een taxi stappen en naar me toe komen lopen.

‘Wat is er hier aan de hand?’ vroeg hij, terwijl hij de politie en brandweer auto’s bestudeerde.

‘Een lekkende container. We mogen niet naar binnen.’

Hij wierp een snelle blik op zijn horloge. ‘Maar mijn wacht begint over 15 minuten! Ik praat wel even met de beambte.’

Gezamenlijk liepen we naar het poortgebouw. Wéér keek de beveiligingsbeambte verveeld op ons neer.

‘Ik moet naar mijn schip,’ zei eerste stuurman. ‘Mijn wacht begint over 15 minuten en ik heb nog niks gegeten.’

De beambte wierp even een blik op mij en nam toen de eerste stuurman nog eens goed op. Het was op zijn gezicht te lezen dat hij onze obsessie over het eten maar overdreven vond.

‘Niemand werkt op dit moment, aangezien al het laden en lossen is gestopt,’ zei de beambte uiteindelijk. ‘Dus het goede nieuws is dat je niet te laat bent voor je wacht.’ De droge Australische humor die ik had leren kennen tijdens mijn verblijf in dat land, klonk duidelijk in zijn woorden door.

‘Het slechte nieuws is dat ik je niet binnen kan laten,’ vervolgde de man, ‘dus ik stel voor dat je ergens gaat zitten om te wachten tot het sein veilig is gegeven.’

Het was duidelijk dat er met de beambte niet te tornen viel. De eerste stuurman zuchtte eens diep. Toen liepen we samen naar het kleine winkeltje naast het poortgebouw, waar wat tafels en stoelen stonden uitgestald op een terrasje. We namen plaats en wachtten.

Meer taxi’s arriveerden. De mensen die er uit stapten probeerden één voor één de beambte zo ver te krijgen dat ze binnen werden gelaten, maar hij hield voet bij stuk.

Op een gegeven moment kwamen er een paar brandweermannen aanlopen vanachter de gele linten. Ze waren gekleed in witte veiligheidspakken. Verder gebeurde er niets en we bleven wachten. De eerste stuurman kon het niet laten om elke 5 minuten op zijn horloge te kijken en mijn maag begonnen steeds harder te knorren.

Na 35 minuten wachten kwam er opeens wat leven in de brouwerij. Meer brandweermannen en politieagenten kwamen het haventerrein af slenteren. Eén van de politieagenten begon met het oprollen van de gele linten. De brandweermannen klommen in hun wagens en reden weg. Toen al het lint was verwijderd, stapten ook de politiemannen in hun auto’s en reden weg.

De eerste stuurman en ik stonden op en liepen terug naar het poortgebouw. De beveiligingsbeambte was uit zijn hok gestapt en gebaarde met zwaaiende armen dat we naar binnen mochten. Het leek erop dat alles weer veilig was.

Met nog wat andere mannen stapten we in het busje dat ons de haven over reed en mensen dropte bij de verschillende schepen. Aangekomen bij de Galactic Star stapten de eerste stuurman en ik uit en beklommen de loopplank. Aan boord liepen we rechtstreeks naar de eetzaal. De kok had gelukkig wat aardappels met uitjes en groente voor ons bewaard. De eerste stuurman begon dit met grote haast naar binnen te werken. Ik at wat langzamer.

We zijn er uiteindelijk nooit achter gekomen wat precies dat spul was dat er uit de container was gelekt, maar het kan niet al te gevaarlijk geweest zijn. Anders hadden we waarschijnlijk wel wat langer moeten wachten dan 35 minuten die we doorbrachten bij de poort.

###

Nieuwsgierig geworden naar meer verhalen? Lees dan het eerste hoofdstuk van mijn boek Time Zones, Containers and Three Square Meals a Day, of bezoek de Nieuwe Projecten pagina voor meer nieuws over mijn nieuwste boek project.

(Foto’s via abonnement op iClipArt)

Home

About Me

My Books

Copyrights

Contact

© 2012 Maria Staal Suffusion theme by Sayontan Sinha