Maart/April 2010

Geschreven door Maria Staal op 10-04-10

Waarschuwing! Geschiedenisles in Aantocht

 Tot nu toe heb ik in mijn dagboekaantekeningen expres niet zo veel gezegt over geschiedenis, maar ik ben nu op een punt aangekomen dat ik het niet meer kan vermijden. Nu vraag je je misschien af waarom ik geschiedenis nog niet echt heb genoemd. Dat zit zo… Het lijkt er op dat veel mensen geschiedenis saai vinden en daardoor hebben ze al snel de neiging om alles wat er mee te maken heeft te negeren. Misschien dat er zelfs wel een aantal mensen zijn die geschiedenis stiekem wel leuk vinden, maar er niet voor uit durven komen omdat ze bang zijn sukkelig gevonden te worden.

Ben ik het met deze mensen eens? Uiteraard niet. Ik vind geschiedenis en alles wat daar mee te maken heeft heel erg leuk en snap eigenlijk ook niet goed waarom mensen het saai vinden. Ik ben er van overtuigd dat als geschiedenis op een interessante manier word gebracht, veel mensen tot de conclusie zouden komen dat het helemaal niet saai is! Vijf jaar geleden heb ik het mijn missie gemaakt om mensen geinteresseerd te krijgen in geschiedenis. Ik weet niet of ik daar tot nu toe in ben geslaagd, maar ik doe mijn best.

Zoals ik al eerder zei kan ik in deze aantekeningen niet langer vermijden om het over geschiedenis te hebben. Radboud’s verhaal wordt mij stukje bij beetje duidelijk en ik zal er domweg in meer detail over moeten schrijven. Daarom wil ik het in de komende aantekeningen hebben over de tijd waarin Radboud leefde, zijn voorouders en specifiek zijn connectie met Emmen. Bij deze wil ik de lezers dan ook waarschuwen voor de geschiedenisles die er aan zit te komen. Ik beloof dat ik zal proberen het op zo’n interessant mogelijke manier te brengen.

Ik heb een paar vragen voor jullie allen. Zijn jullie geinterresseerd in geschiedenis of niet? Lees je soms iets over geschiedenis expres niet omdat je denkt dat het saai zal zijn? Op wat voor manier kan geschiedenis interessanter worden gemaakt? Ik zou graag horen wat jullie hierover denken.

Geschreven door Maria Staal op 08-04-10

Radboud op de Kaart

 Laatst kreeg ik van mijn neef Koop een digitaal plaatje van een oude kaart. Toen ik het zag bedacht ik me dat het misschien leuk was het eens te gebruiken op de website, want het geeft een goed idee van waar Radboud leefde. Maar eerst zal ik een kaart laten zien van noord-west Europa.

Op deze kaart zien we Nederland, België en een gedeelte van Duitsland. In Radboud’s tijd was dit één groot gebied zonder grenzen. Meerdere rivieren komen in dit gebied samen en vormen een delta. De Rijn (die door Keulen heen stroomt), was in de Romeinse tijd (tussen 40 v Chr en 400 n Chr) de grens van het Romeinse rijk. Beschaving (zoals de Romeinen dat noemden) bevond zich ten zuiden van de Rijn, terwijl de barbaren ten noroden ervan leefden. Naast Utrecht zijn op deze kaart nog een aantal andere voor Radboud belangrijke plaatsen aangegeven. Toen hij bisschop was woonde hij in Deventer en bouwde een bisschopshof in Emmen. In Anloo en Groningen waren ook van deze hoven gesitueerd, maar deze werden niet gebouwd door Radboud. Ook studeerde hij in Keulen (Cologne). (Krijg een vergroting van deze kaart door er op te klikken.)

Dit is de kaart die mijn neef mij opstuurde. Het laat de opgeving van Emmen zien zoals het daar was tussen 1800-1850. Emmen is gesitueerd aan het zuidelijke eind van de Hondsrug, een hoge zandrichel die helemaal doorloopt tot in de stad Groningen. Ten noorden, oostenen zuiden van Emmen bevonden zich vroeger uitgestrekte veengebieden. Deze zijn nu grotendeels verdwenen. Eerst werden ze afgegraven voor turf en nu is het landbouwgrond. De kerk van Emmen en waarschijnlijk ook die van Zweelo zijn door Radboud gebouwd. Tot in de jaren 1960 was Emmen niet zo groot. Sinsdien is het snel aan het groeien. Westenesch is echter nog steeds een zelfstandig dorpje, ondanks dat het maar een kilometer van het centrum van Emmen af ligt. (Wederom voor een vergroting van deze kaart er graag op klikken.)

Nu dat we mijn voorouder op de kaart hebben gezet, zullen we binnenkort eens gaan kijken naar hoe hij leefde in Emmen.

Geschreven door Maria Staal op 06-04-10

Fotoimpressie van het Bakkerij Museum

Gister op tweede paasdag heb ik met mijn ouders een bezoekje gebracht aan het Nederlands Bakkerij Museum in Hattem. De hoofdreden van ons bezoek aan het museum was natuurlijk om iets meer te weten te komen over wafelijzers, maar het was een mooie dag dus hebben we ook Hattem wat doorgeslenterd.

Wat nu volgt is een fotoimpressie van ons dagje Hattem.

Hattem is een oud Hanze stadje die nog gedeeltelijk is omgeven door 15e eeuwse muren. De Grote of Andreaskerk is het middelpunt van de stad.

Het plein rond de kerk.

De dijkpoort is een van de overgebleven poorten van Hattem.

In het bakkerij museum.

Een van de wafelijzers die is tentoongesteld in het museum heeft een soortgelijke versiering als die op het Rabbers ijzer.

Nog een wafelijzer, deze met een versiering van bloemen, vogeltjes en boogjes.

Het lijkt of er in het midden van dit ijzer een leeuw is afgebeeld. Het is omgeven door gestyleerde bloemen en boogjes.

Van de foto’s van de wafelijzers uit het museum kan worden opgemaakt dat dubbele boogjes als versiering niet ongewoon is. Dit zet dus een vraagteken bij de theorie van mijn neef dat de boogjes onze voorouder Radboud voorstellen. Ik wil echter eerst nog meer uitvinden over ons ijzer, metname hoe oud het is en over andere vormen van decoraties. Wordt vervolgd dus…

 Meer foto’s van ons dagje uit zijn te zien op mijn Facebook Pagina.

Gescrheven  door Maria Staal op 01-04-10

Wat gebeurde er eigenlijk met de kaarten die ik kocht?

Die heb ik, nadat ik de randen ervan had afgeknipt, op de muur van mijn studeerkamer geplakt, waar ze veel ruimte innemen, maar het lijkt wel heel erg cool. Het is de bedoeling dat in de toekomst, wanneer ik meer informatie krijg over Radboud, ik die dingen aan ga geven op de kaart, zodat ik een beter idee krijgt van wat er speelde.

Ik heb eerder al eens uitgelegt dat er in de vroege middel eeuwen geen grenzen waren en dat een plek als Emmen (waar Radboud zijn boerderij bouwde), in plaats van ergens achteraf te liggen, juist het middelpunt was van alles.

Het zat namelijk zo. Om de macht over een gebied te houden moesten de koningen van die tijd constant op pad zijn. Ze moesten gezien worden door hun onderdanen, niet alleen voor het innen van belastinggeld, maar ook om als rechter op te treden als mensen ruzie hadden. En ondanks dat de koning waarschijnlijk nooit in Emmen is geweest, was de boerderij van Radboud wel degelijk belangrijk, metname voor het innen van het jaarlijkse belastinggeld.

Niet alleen de koning reisde rond. Radboud, als bisschop van Utrecht, deed dat ook en daarbij gebruikte hij boerderijen zoals die in Emmen als overnachtingsplaats. Je vraagt je misschien af waarom het zo belangrijk was voor Radboud om rond the reizen in zijn bisdom. Was het niet veel makkelijker voor hem om gewoon lekker in Deventer te blijven? Het feit wil dat in Radboud’s tijd de mensen helemaal nog niet zo lang Christenen waren en de koning wilde graag dat ze dat bleven. Hij had al te veel slechte ervaringen met ‘heidense barbaren’ en spoorde daarom bisschoppen en andere geestelijken aan rond te trekken om de mensen op het juiste pad te houden.

Als je het zo bekijkt is het dus best mogelijk dat Emmen op een kruizing van wegen lag. Wegen die andere plaatsen, boerderijen en kloosters met elkaar verbond en die Emmen, in plaats van een stad op de grens met Duitsland maakten tot een belangrijke plek in onze geschiedenis.

Gescrheven  door Maria Staal op 01-04-10

Wat gebeurde er eigenlijk met de kaarten die ik kocht?

Die heb ik, nadat ik de randen ervan had afgeknipt, op de muur van mijn studeerkamer geplakt, waar ze veel ruimte innemen, maar het lijkt wel heel erg cool. Het is de bedoeling dat in de toekomst, wanneer ik meer informatie krijg over Radboud, ik die dingen aan ga geven op de kaart, zodat ik een beter idee krijgt van wat er speelde.

Ik heb eerder al eens uitgelegt dat er in de vroege middel eeuwen geen grenzen waren en dat een plek als Emmen (waar Radboud zijn boerderij bouwde), in plaats van ergens achteraf te liggen, juist het middelpunt was van alles.

Het zat namelijk zo. Om de macht over een gebied te houden moesten de koningen van die tijd constant op pad zijn. Ze moesten gezien worden door hun onderdanen, niet alleen voor het innen van belastinggeld, maar ook om als rechter op te treden als mensen ruzie hadden. En ondanks dat de koning waarschijnlijk nooit in Emmen is geweest, was de boerderij van Radboud wel degelijk belangrijk, metname voor het innen van het jaarlijkse belastinggeld.

Niet alleen de koning reisde rond. Radboud, als bisschop van Utrecht, deed dat ook en daarbij gebruikte hij boerderijen zoals die in Emmen als overnachtingsplaats. Je vraagt je misschien af waarom het zo belangrijk was voor Radboud om rond the reizen in zijn bisdom. Was het niet veel makkelijker voor hem om gewoon lekker in Deventer te blijven? Het feit wil dat in Radboud’s tijd de mensen helemaal nog niet zo lang Christenen waren en de koning wilde graag dat ze dat bleven. Hij had al te veel slechte ervaringen met ‘heidense barbaren’ en spoorde daarom bisschoppen en andere geestelijken aan rond te trekken om de mensen op het juiste pad te houden.

Als je het zo bekijkt is het dus best mogelijk dat Emmen op een kruizing van wegen lag. Wegen die andere plaatsen, boerderijen en kloosters met elkaar verbond en die Emmen, in plaats van een stad op de grens met Duitsland maakten tot een belangrijke plek in onze geschiedenis.

Geschreven door Maria Staal op 30-03-10

De Uitdaging van de Universiteitsbibliotheek

Gister, terwijl ik nog druk op zoek was naar een leeg kluisje, bleven de studenten maar binnenkomen door de draaideuren van de universiteitsbibliotheek. Ik was naar de bibliotheek gekomen om wat boeken op te halen over de vroege middeleeuwen, maar had niet verwacht dat het zo druk zou zijn. Dikke kans dat er een tentamenperiode aan zat te komen en dat daarom alle studenten opeens braaf aan de studie waren gegaan. Bijna alle kluisjes waren vol, en dat was een probleem aangezien ik mijn rugzakje en jas niet mee naar binnen mocht nemen.

Eindelijk dan maar toch vond ik een leeg kluisje. Ik stopte er snel mijn spullen in en nam toen één van de laatste nog aanwezige boodschappenmandjes van het rek. Deze mochten wel naar binnen, zolang ze maar alleen werden gebruikt voor het vervoer van boeken.

Klaarblijkelijk waren de studenten niet alleen naar de bibliotheek gekomen om te studeren. Op de trappen naar boven stonden tientallen van hen te bellen met hun mobiele telefoons. Ze hingen daarbij over de leuningen en keken neer op de vloer van de hal eronder.

Ik wurmde mij langs hen heen en ging de bibliotheekzaal binnen. Het was er erg druk. Alle tafels en stoelen in het midden waren bezet, ingenomen door studenten die zaten te turen in boeken en dingen aan het neerkrabelen waren in notitieblokken. Sommige hadden hun laptops meegenomen, terwijl anderen op de boekenplanken zochten naar boeken die ze nodig hadden.

Ik was blij dat ik mijn boeken had opgevraagt via het internet voor ik van huis ging. Bij de uitleenbalie aangekomen vroeg de medewerkster om mijn pasje en kwam even later aangelopen met een enorme stapel boeken. Zestien in totaal. Toen ik de boeken opstapelde in mijn mandje vroeg ik me af waarom ik eigenlijk zo’n hekel had aan universiteitsbibliotheek. Ik mocht graag lezen en kon zonder moeite uren doorbrengen in andere blibliotheken. Waarom dat niet in deze? Ik had eigenlijk geen antwoord, maar met een zucht besefde ik dat de stapel boeken die ik nu meenam op een gegeven moment weer terug gebracht moesten worden.

Dat was echter van latere zorg. Ik moest ze eerst allemaal zien te lezen.

Geschreven door Maria Staal op 25-03-10

Een kennismaking met Radboud

 In vorige dagboekaantekeningen heb ik vaak de naam Radboud genoemd. Maar wie was die man nu eigenlijk? Hoog tijd om hem eens voor te stellen. 

  • Hij werd geboren rond het jaar 850 n Chr. in wat nu België is.
  • Er werd van hem gezegt dat hij van koninklijke bloede was van zijn moeder’s kant.
  • Toen hij zes jaar oud was stuurden zijn ouders hem naar de kathedraal school van zijn oom Gunthar in Keulen.
  • In 863 werd oom Gunthar door de paus afgezet.
  • Om niet verstrikt te raken in het schandaal reisde Radboud af naar Compiègne in Frankrijk om verder te studeren aan de hofschool van Koning Karel de Kale.
  • Na de dood van Karel in 877 wisselde hij weer van school. Hij komt terecht in Tours ten zuid-westen van Parijs op de hofschool van Karel de Grote.
  • In 899, toen Radboud 50 was, werd hij gekozen tot de nieuwe bisschop van het bisdom Utrecht. Hij verhuisde van Tours naar Deventer. Al gauw bouwde hij een boerderij in Emmen.
  • Voor een ontmoeting met de paus, reisde hij in 914 naar Rome.
  • In 917, op de teurgweg van Emmen naar Deventer, werd Radboud ziek en stierf hij. Hij werd begraven in de Lebuinuskerk te Deventer.
  • Ongeveer 50 jaar na zijn dood werd Radboud heilig verklaard.

Radboud mag dan geleeft hebben in de vroege middeleeuwen, deze tijden waren verre van rustig. Vikingen plunderden het land regelmatig en prinsen waren bijna constant met elkaar aan het vechten over wie koning mocht worden over het rijk. Daar kwam nog bij dat er een droogte heerste en een sprinkhanen plaag. Ook de pest waardde soms rond en doodde vele mensen. Radboud was een bisschop in ballingschap en overleefde een Viking aanval. Hij maakte ook de bouw van één van de bekendste vroeg middeleeuwse kathedralen in Europa mee en bouwde zelf een kerkje rond een heidense offersteen. En ondanks het slechte wegennet reisde hij veel.

Ik kan niet wachten om meer over deze man te weten te komen.

Geschreven door Maria Staal op 23-03-10

Een Gesprek in een Kaartenwinkel

Als we ons proberen een voorstelling te maken van de tijd waarin Radboud leefde, worden wij, moderne mensen, daarin gehinderd door de tijd waarin we nu leven. Tegenwoordig bestaat noord-west Europa uit verschillende landen, gescheiden door grenzen. Bij een grens veranderd niet alleen de taal, maar ook vaak de architectuur van de huizen en de cultuur.

We kunnen ons daarom heel moeilijk voorstellen dat in Radboud’s tijd, de vroege middeleeuwen, er geen grenzen waren. Mensen leefden in één groot gebied, waar men min of meer dezelfde taal sprak en cultuur had.

Als ik Radboud’s tijd voor mezelf inzichtelijk wilde maken, had ik een landkaart nodig. Het probleem was natuurlijk dat moderne kaarten bij de grenzen ophouden, maar dat zou makkelijk genoeg opgelost kunnen worden door meerdere kaarten te kopen en die dan aan elkaar te leggen. Tenminste, dat dacht ik…

Ik stapte binnen in een hele gave kaartenwinkel, waar ze naast honderden kaarten ook nog eens stapels reisgidsen verkochten. Het leek me beter maar meteen te vragen. Ik zag een winkeljuffrouw.

‘Zou u mij misschien kunnen helpen? Ik zoek een aantal kaarten die ik aan elkaar kan leggen tot één groote.’

‘Welk land?’

‘Nederland en Duitsland.’

‘Wij verkopen geen kaarten waar Nederland en Duitsland samen opstaan, tenzij je een kaart van Europa neemt.’

‘Ja, dat begrijp ik. Daarom wil ik een aantal kaarten, zodat ik ze aan elkaar kan leggen.’

Met een blik van dat ze er niks van snapte zocht ze in een stapel kaarten en trok er één uit.

‘Deze kaart is van noord Nederland, maar daar staat maar een klein stukje van Duitsland op.’

‘Ja ik ziet het. Ik heb toch een groter stuk van Duitsland nodig. Hebt u de kaart die hiernaast komt?’

Weer een onbegrijpende blik. ‘Wij verkopen geen kaarten waar Nederland en Duitsland samen opstaan.’

‘Ja… Dat begrijp ik. Daarom vraag ik om een kaart van Duitsland, zodat ik hem er naast kan leggen.’

‘Maar op de kaart van Duitsland staat Nederland er niet bij.’

‘Dat weet ik… Ik koop dus de kaart van Nederland en de kaart van Duitsland, zodat ik ze naast elkaar kan leggen.’

Ze zoekt nog wat meer.

‘Hier is een kaart van Duitsland op dezelfde schaal, maar het is een ander merk. Misschien is het beter hetzelfde merk kaart te nemen als die van Nederland, zelfs al hebben ze niet dezelfde schaal?’

‘Heb maakt me niet uit welke merk kaart het is. Ik wil ze aan elkaar leggen, dus ik heb dezelfde schaal nodig.’

Ze keek me enigsinds geschokt aan. Twee verschillende merken kaarten aan elkaar leggen? Zoiets deed je toch niet?

‘Okee… Als dat is wat u wilt…’ zei ze aarzelend.

‘Ja. Dat is wat ik wil.’

Toen ik een paar minuten later de winkel uitliep, had ik vier kaarten onder de arm. Twee van Nederland en twee van het aangrenzende deel van Duitsland. Nu maar hopen dat de muur waarop ik ze wilde bevestigen groot genoeg was.

Gescrheven door Maria Staal op 20-03-10

Het Wafelijzer

Afgelopen vrijdag zijn Ria en ik op bezoek geweest bij mijn neef Koop en zijn vrouw Mery. Uiteraard was ik nieuwschierig naar het beroemde wafelijzer dat al generaties lang in onze familie is, maar ook wilde ik meer weten van Koop over zijn Radboud theorie.

Toen ik Koop ontmoette herkende ik in hem onmiddelijk mijn oom Evert, de oudste broer van mijn moeder, die net zo lach en stem heeft. Interesant om te zien dat de Rabbersen toch op elkaar lijken, ook al heb ik persoonlijk meer van mijn vader’s kant van de familie.

Nadat we een tijdje hadden gepraat over Radboud en Koop’s jeugd op boerderij in Westenesch, haalde Koop het wafelijzer tevoorschijn. Ik had verwacht dat de decoratie aan de buitenkant zou zitten, maar dat was niet zo. Koop vertelde dat de naam Rabbers vier keer in de vlakke buitenkant van het ijzer is gekrast en dat hij dit ontdekte door het ijzer in het felle zonlicht te houden. Alleen één van de namen was nog leesbaar, de andere drie waren erg moeilijk te zien.

Aan de binnenkant was het ijzer aan beide kanten versierd. De ene kant met de eerder genoemde 6-puntige ster en dubbele boogjes en de andere kant met een wafel patroon en ook weer die 14 boogjes. Volgens Koop was het ijzer door zijn vader nog tot het midden van de jaren ’70 gebruikt om wafels mee te bakken. Deze werden dan uitgedeeld aan de kinderen en kleinkinderen op oudejaarsdag.

Als we uit willen vinden of Koop’s theorie omtrent de versiering op het ijzer klopt, zullen er een aantal vragen beantwoord moeten worden. Hoe oud is het ijzer? Is de versiering een gebruikelijke of is het zeldzaam? Zou het kunnen dat het ijzer eerder in bezit is geweest van de kerk voor het in onze familie terecht kwam?

Om antwoorden te vinden heb ik een email geschreven naar het Nederlands Bakkerij Museum. Misschien dat zij er daar meer over weten. Ik wil sowieso eens bij het museum gaan kijken, want het lijkt erop dat ze een aantal wafelijzers tentoon hebben gesteld.

Verder wil ik me eens wat gaan inlezen over een aantal dingen die Koop heeft verteld. Wat mij erg interesseerd is wat er is gebeurd met de relieken van Radboud na de Reformatie. Zou het niet heel erg gaaf zijn om de botten van mijn voorouder te kunnen zien?

Ik hou van oude Foto’s

Ik vind ze domweg prachtig. Maakt niet uit of er mensen op staan of alleen maar gebouwen, oude foto’s geven ons een uniek beeld van vroeger. Mijn moeder heeft een oud trommeltje waarin ze oude foto’s bewaard. Ik heb ze laatst weer eens bekeken. Sommige foto’s zijn officiele potretten van de familie en oude klassefoto’s, maar een aantal zijn van mensen in hun werkkleren met klompen. In die foto’s lachen ze naar de camera.

Hierbij een aantal foto’s uit mijn moeder’s trommeltje.

Dit is de familie Rabbers in hun beste kleren. Mijn overgrootvader en moeder met hun zes kinderen, twee jongens en vier meisjes. De foto is genomen rond 1916 en is gesitueerd aan de noordzijde van de boerderij in Westenesch. Mijn grootmoeder, helemaal rechts, was de jongste dochter – geboren in 1907. De moeder van mijn neef Koop staat achter haar.

Nog een foto van de Rabbers zusjes, deze keer met twee vrienden van de familie. Waarschijnlijk is deze foto een paar jaar na die andere genomen. Mijn grootmoeder zit links en Koop’s moeder staat weer achter haar. Rechts de twee andere zusjes Rabbers.

Het is 1952 en in deze foto zien we mijn grootmoeder met haar man en drie kinderen. Het meisje in het midden is mijn moeder. Een fiets is geparkeerd tegen het huis. Toen mijn grootouders in 1938 trouwden, verhuisde mijn grootmoeder naar het dorp van haar man.

Morgen ga ik met mijn vriendin Ria op bezoek bij mijn neef Koop en zijn vrouw. Dit is mijn volgende stap in de zoektocht naar Radboud.

Geschreven door Maria Staal op 16-03-10

De theorie van mijn Neef

In mijn vorige dagboekaantekening heb ik het gehad over mijn neef (hij is eigenlijk de neef van mijn moeder, maar laten we hem ook maar mijn neef noemen…), die de theorie heeft dat onze familie afstamt van Radboud, een man die 1100 jaar geleden leefde. Hoe is mijn neef nu eigelijk bij deze theorie gekomen? Het begon toen hij een wafelijzer erfde van zijn vader.

Een wafelijzer, dat stelt toch niet veel voor zou je denken. Maar dit wafelijzer heeft de gemoederen in onze familie al generaties lang bezig gehouden. Het gerucht ging dat dit ijzer een familie geheim bevatte. We zouden afstammen van koningen en vroeger rijk zijn geweest en o ja, er was ook nog een connectie met de kerk. Helaas was er niemand in de familie die het eigenlijke verhaal achter het ijzer nog kende.

De boerderij van de familie Rabbers in Westenesch bij Emmen

Nu is Koop (mijn neef) altijd al geïnteresseerd geweest in geschiedenis en toen hij op een zondagmiddag het wafelijzer aan het schoonmaken was, begon hij eens goed te denken over alles. Hij wist dat er vroeger een bischop Radboud was geweest die een grote boerderij had gehad in Emmen. Koop was geboren op een boerderij vlakbij Emmen, een boerderij die al generaties lang in het bezit was van onze familie. Koop’s moeder en haar zus (mijn grootmoeder) waren geboren op diezelfde boerderij en hun meisjesnaam was Rabbers.

De naam Rabbers is een redelijk bekende in en rond Emmen en toen Koop wat dieper ging graven in het mysterie van het wafelijzer, ontdekte hij dat Rabbers vroeger op andere manieren werd gespeld, bijvoorbeeld Rabbing, Rabbold en Rabbot. Het geval wil dat Radboud vroeger ook wel werd gespeld als Radbod. Een oplettende lezer zal de overeenkomsten zien tussen de verschillende spellingen van Rabbers en de naam Radboud/Radbod.

En dan was er nog de versiering op het wafelijzer. Deze bestond uit een zes-puntige ster omgeven door 14 dubbele boogjes. Koop wist dat Radboud de 14e bisschop van Utrecht was geweest. Verbeelde de versiering op het ijzer dus Radboud?

Deze drie dingen samen: de overeenkomsten met de naam Rabbers, Radboud’s boerderij in Emmen en de versiering op het ijzer, brachten Koop op de theorie dat Radboud onze verre voorouder was. Geen slechte theorie, als je het mij vraagt.

Ik heb het wafelijzer nog niet gezien, maar ik ga binnenkort bij Koop op bezoek en hoop dat hij me het dan laat zien. Zolangzamerhand ben ik erg nieuwsgierig geworden naar dit erfstuk en uiteraard zal ik er snel meer over schrijven!

Geschreven door Maria Staal op 14-03-2010

Goeie Grutjes! Ik heb een heilige in de familie!

Misschien denken veel mensen bij het lezen van deze bewering dat ik gek geworden ben. Ik hoor iedereen al zeggen: ‘hoe is ze daar nou achter gekomen?’ en: ‘dat kan ze toch nooit bewijzen?’ Maar hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, het lijkt erop dat de stamboom van mijn moeders familie teruggaat tot de vroege middeleeuwen, om precies te zijn tot het jaar 850 n. Chr.

 Ongeveer een jaar geleden ben ik begonnen met een onderzoek naar mijn stamboom. Daarbij vond ik een klein boekje over een man genaamd Radboud, dat was geschreven door mijn moeder’s neef. Radboud was van 899 tot 917 bisschop van Utrecht en de neef dacht te kunnen bewijzen dat deze bisschop één van de eerste voorouders was van mijn grootmoeder van moederskant.

 Ik was gefascineerd door deze theorie en probeerde meteen zoveel mogelijk informatie te verzamelen over Radboud. Ik kwam niet erg ver. Ten eerste was ik nog druk bezig met het schrijven van een boek en ten tweede waren er maar weinig gegevens te vinden over deze man. Helaas zijn slechts enkele manuscripten uit zijn tijd bewaard gebleven. Hij was welliswaar ongeveer 50 jaar na zijn dood heilig verklaard, maar zijn relieken hadden nooit grote stromen pelgrims op de been gebracht.

 Toen ik rond kerst mijn boek klaar had, kreeg ik zin in een nieuw project. Nadat ik de kleine stapel gegevens die ik eerder al over Radboud had verzameld doorlas, kon ik maar één conclusie trekken. Ik zou, als ik werkelijk iets wilde weten over het leven van Radboud, zelf op pad moeten gaan. Het zou een echte zoektocht worden, een ‘queeste’.

Deze zoektocht begint vandaag met het schrijven van deze eerste dagboekaantekening. Zal ik ooit kunnen bewijzen dat het bloed van Radboud door mijn aderen stroomt? Waarschijnlijk niet, maar dat is voor mij niet het belangrijkste. Het is de zoektocht zelf die mij interesseert. Het is een reis die me waarschijnlijk door vijf Europese landen zal voeren en die mij meer dan genoeg stof tot schrijven zal geven.

 Wees welkom en volg mij op deze tocht om te vinden waar het allemaal begon!

Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

© 2010 Maria Staal Suffusion WordPress theme by Sayontan Sinha