Vandaag deel twee van het verhaal over Graaf Radbod, geschreven door mijn neef Koop Bos.

 Schuldmudden En Woeste Gronden

Jagen op z'n middeleeuws geborduurd op een oud tapijt, deze foto is vrij van copyrights

Bisschop Balderik had in 944 het Jachtrecht op de woeste gronden van Drenthe gekregen van de Frankische koning Otto I. Hij ervoer echter als snel dat aan die eervolle schenking, een bedenkelijk kantje zat. Die gronden waren namelijk eigendom van en in gebruik bij Drentse Eigenerfden. Dit waren boeren met een belangrijke positie als plaatselijke rechter.

De ruzie hierover met zo ongeveer de hele toenmalige Drentse bevolking werd door de bisschop als onhoudbaar ervaren. Hij besloot daarom snel een compromis te sluiten met de Eigenerfden, waardoor het nieuwe privaatrecht van de bisschop en de oude gebruiksrechten van de Eigenerfden met elkaar werden verzoend.

De overeenkomst luidde als volgt: elk in 944 bestaande zelfstandige volle erve, leverde jaarlijks op 29 november, de sterfdag van de door Balderik heilig verklaarde bisschop Radboud, een mud rogge; de Schuldmudde genaamd. Deze schuldmudde lag dus op de rechten van een volle erve, niet op personen.

In de gemeentearchieven van Zwolle is een rentmeestersrekening bewaard uit ca. 1545, waarin die erven nog genoemd worden. Deze gegevens zijn eenvoudig terug te voeren tot het jaar van invoering 944, en zodoende kunnen we precies nagaan dat er toen in het tegenwoordige gebied van de provincie Drenthe, 600 erven het Jachtrecht hadden en daarmee ook het overige gebruiksrecht op de gezamenlijke woeste gronden. De schuldmudde is de enige belasting die op het erf rustte.

Voorbeeld van een vroeg middeleeuwse boerderij die in aanmerking gekomen zou kunnen zijn voor het betalen van schuldmudden

Op een kaart uit een boek van 1985, staat aangegeven welke dorpen in 1545 schuldmudden betaalden, en de aantallen van die mudden. Het valt op dat op deze kaart twee gebieden ontbreken; een gebied in zuid-west Drenthe en het hele dorp Emmen in zuid-oost Drenthe.

Je kunt eigenlijk niet anders concluderen dan dat bisschop Balderik, hoewel hij in 944 geen wereldlijke macht had in bijvoorbeeld Emmen, hij er als private persoon wel een heel dorp in bezit had. Met dit eigen bezit hoefde hij daarom geen compromis te sluiten over het gebruik van de woeste gronden van Emmen. Derhalve: daar geen schuldmudden! Hoe kwam dit? Had bisschop Balderik deze private bezitting verworven uit de onterving van graaf Radbod VI van Kerkavezaath of diens eveneens aan de kant gezette familie in Emmen? Daar lijkt het op.

De conclusie kan dus zijn dat het gebied in zuid-west Drenthe en het dorp Emmen al voor langere tijd in bezit waren bij de Raboldingers. Is dit de reden dat onze bisschop Radboud Emmen uitkoos voor het bouwen van een bisschopshof? Liet hij de hof bouwen op land dat hij had geërfd van zijn voorouders? Dat zou wel verklaren waarom hij juist dit kleine dorp uitkoos voor het bouwen van zo’n belangrijk gebouw, dat ook nog eens buiten het toenmalige bisdom Utrecht viel.

Verwante Verhalen

Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

CommentLuv Enabled
© 2010 Maria Staal Suffusion WordPress theme by Sayontan Sinha